Feest!

Het is weer zo ver, mijn moeder is jarig. Deze keer is het extra feest want ze wordt negentig.
Om het te vieren wil ze naar een restaurant. Ik krijg de opdracht om iets te regelen.
‘Geen gek eten hè of van dat buitenlandse, dat lusten we niet.’
‘Ok’, zeg ik en denk Chinees en Indonesisch is ook buitenlands eten en dat eet je wel.
Ik ga op zoek naar een restaurant waar we met het jaarlijkse gezelschap heen kunnen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan want de appelmoes met kers, schnitzel en aardappelkroketjes met een vlaflip toe zijn nergens meer te krijgen, zelfs niet bij Van der Valk. De clientèle die dat waardeerde sterft uit.
Het kost me een uurtje menu’s in- en uitklappen maar uiteindelijk lijkt het Develpaviljoen in Zwijndrecht de beste optie.
Als de grote dag is aangebroken melden we ons met zijn zevenen bij het restaurant:
Mijn tante Sjoukje, oom Hein en zijn vrouw Grietje zijn er voor uit Friesland komen rijden, mijn moeders vriendin is mee, E. en ik en de jarige zelf uiteraard. De gemiddelde leeftijd is hoog.
Als iedereen zit en de rollators en stokken uit het gangpad zijn gehaald komt een dame met de menukaart. Mijn tante Sjoukje ziet ‘Fries loaded with chicken’ staan en zegt: ‘Wat leuk, ze hebben hier Fries eten. We helpen haar uit de droom.
‘D’r is niks meer aan hè’, zegt ze. ‘Ik kan niet meer fietsen.’ Ze is gevallen en durft niet meer.
‘Ik kom alleen nog maar tot de hoek. Niks meer aan.’
‘Maar nu is het feest hè’, zeggen we.
Mijn moeder zit aan de andere kant te zuchten en wijst naar haar oren.
‘Ze hoort het niet, want ze is doof’, zegt haar vriendin tegen mij.
Ik heb mijn moeder een mooi boeket gegeven voor haar verjaardag. Want wat geef je iemand die én 90 wordt én alles heeft én niks wil.
‘Oh ja, bloemen, altijd leuk’, zegt ze maar ze kijkt zuinig.
Zonde van mijn zestig euro mopper ik intern.
Aan tafel valt het stil.
Mijn tante Sjoukje wordt wat mistig in haar hoofd, voor Hein en Grietje is het een jaarlijkse verplichting en mijn moeders vriendin heeft permanente hoofdpijn na een paar herseninfarcten, dat helpt allemaal niet mee.
‘’t Is koud voor de tijd van het jaar zeg’, doe ik een poging de stilte te doorbreken.
‘Ja nou’, zeggen ze.
‘Oh kijk de parasol waait bijna om, wat een wind…’
We vragen nog eens naar een al dan niet gelukte operatie of de voortgang van kleinkinderen die we niet kennen, maar dan weten we het ook niet meer en zwijgen ook.
Gelukkig komt het eten. Een hippe variant met friet en kip die goed valt.
Ik haal opgelucht adem anders moet ik de rest van het jaar horen wat een slechte keuze het was terwijl ze het nog zó heeft gezegd; geen raar eten.
Om me heen zie ik vergelijkbare gezelschappen zitten met rollators en te hard pratende vijftigers en zestigers die ook roeien met de riemen die ze hebben.
‘D’r is niks mee aan’, begint Sjoukje weer.
‘We moeten het er maar van nemen, ‘t Is de laatste keer’, zegt mijn moeder. Ik weet niet of ze haar naderende dood bedoelt of dat ze niet meer naar een restaurant wil maar ik ga er niet op in.
‘Vooruit, neem allemaal maar lekker een dame blanche.’
We doen het als brave kinderen. In die van haar zit een vuurpijl waar ze van schrikt.
Als we het toetje zwijgend hebben weggewerkt zegt de Friese delegatie: ‘Zo, nou, ‘t is nog een heel eind…’
We staan allemaal op, verzamelen alle hulpstukken en na ‘‘t was gezellig en tot de volgende keer’ gaan we naar huis.
’’t Is weer gelukt’, zeggen we tegen elkaar.
‘Ik ben kapot’, zegt E.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Over

Picture of Marga de Waard

Marga de Waard

Op luchtige toon schrijft Marga over universele onderwerpen als liefde, vergankelijkheid en het menselijk tekort. De verhalen zijn soms melancholisch, soms ontroerend, vaak herkenbaar maar altijd relativerend.

Eerder verscheen de verhalenbundel ‘Vijftig’ uitgebracht. Tevens is zij oprichtster van dit online Magazine.

Winkelwagen
Scroll naar boven