Uitdaging

Jouw dochter krijgt, vanuit het consultatiebureau, een verwijzing voor het ziekenhuis.
OPDRACHT: bezoek met twee kinderen, op een maandag, het ziekenhuis voor twee controles bij twee verschillende artsen.
UITDAGING 1: echtgenote kan niet aanwezig zijn vanwege de voorbereidingen voor een belangrijk congres.
UITDAGING 2: het verwijsbriefje van het consultatiebureau is niet digitaal beschikbaar.
UITDAGING 3: kind 2 is aan het peuteren.
Nadat we de wachtkamer betreden gaan kind 1 en kind 2 zoet spelen met het aanwezige speelgoed. Kind 2 wil daarna met het speelgoed van kind 1 spelen. Dat mag niet. Kind 2 begint te duwen en schreeuwt “STOMMERD!!!”. Kind 2 krijgt op zijn kop. Kind 2 loopt de wachtkamer en zwaait naar mij. Ik zwaai terug en roep “Doei Bob, veel plezier, wij gaan zo weg”. Kind 2 rent giechelend de centrale hal in. Ik trek een sprintje, neem kind 2 onder mijn arm mee en loop terug naar de wachtkamer. “STOMMERD!!!”.
Ik trek vanuit mijn jasje twee werktelefoons tevoorschijn, start op beide smartphones Netflix en geef ze allebei een serie. De rust is teruggekeerd. Nieuwe mensen komen de wachtkamer in. Kind 1 speelt met een meisje. Het broertje van dit meisje speelt mee. De moeder let even niet op. Het broertje raakt direct kwijt. Grote consternatie in de wachtkamer. Ik coördineer nu een zoektocht naar dit jongetje. Een mij onbekende dame komt naar mij toe met kind 3 aan haar hand en zegt “Ik heb uw zoontje gevonden!”. Ik begin zenuwachtig te giechelen en wijs naar de moeder. De moeder is er niet. Nog meer chaos. De moeder is er weer. Ze gaat aan iedereen in de wachtkamer lollies uitdelen.
Wij worden opgeroepen. We hebben een verwijsbriefje nodig. We hebben geen verwijsbriefje bij ons. Het verwijsbriefje staat niet in het digitale dossier. Ik bel naar de huisartsenpraktijk. Het antwoordapparaat meldt dat de huisartsenpraktijk met lunchpauze is. Ik kies ervoor om het noodtarief te betalen. Ik moet daarvoor naar de inschrijfbalie. Bij de inschrijfbalie meld ik dat ik voor kind 1 het noodtarief wil betalen. “Maar hij heeft iets bij zijn oog!” roept de dame terwijl ze naar kind 2 wijst. Inderdaad. Kind 2 heeft iets bij zijn oog. Maar daarvoor zijn we nu niet. Ik leg uit dat ik voor kind 1 kom. De baliemevrouw vraagt of ik mij niet vergis want kind 2 heeft iets bij zijn oog. Ik los het misverstand op en loop terug met 2 kinderen naar de behandelkamer. “STOMMERD!!!” Kind 2 rent de centrale hal in. Ik ren achter kind 2 aan, kind 1 rent achter mij aan, de arts rent achter ons allemaal aan “Waar gaan jullie heen?”. De rust keert terug.
Het onderzoek wordt gestart. Er is niets aan de hand met kind 1. We gaan door naar arts 2. Arts 2 richt zich direct op kind 2 vanwege iets bij zijn oog en roept “euhm… Jill?…” Ik vertel dat we hier voor kind 1 zijn. Het onderzoek wordt gestart. Er is niets aan de hand met kind 1. Kind 2 springt van de stoel af en lanceert daarmee mijn telefoon. Mijn telefoon schiet onder een groot medisch instrument. Consternatie alom. Ik kruip onder een bureau om mijn telefoon los te peuteren. “STOMMERD!!!” wordt er vanuit een hoekje naar mij geschreeuwd. Tijd om naar huis te gaan.
Om te voorkomen dat kind 1 de auto onder plast, gaan we preventief naar het toilet. Het gehandicaptentoilet want daar kan je met 2 kinderen in. 2 kinderen willen niet. 2 kinderen beginnen te gillen. Een gastvrouw komt kijken waarom een allochtoon uitziende man twee Nederlandse kinderen tegen hun wil in een WC probeert te trekken. Ik roep dat ze van mij zijn. Met enige inspanning krijg ik de deur op slot. Kind 1 plast. Er wordt geschreeuwd. Nu moet ik plassen. Kind 2 begint aan het rode noodkoord aan de muur te trekken. Kind 1 schreeuwt. Ik schreeuw, kijk naar hem aan en plas niet meer in de toiletpot maar ernaast. Als een malloot druk ik op knopjes en gebruik ik papiertjes. “STOMMERD.” hoor ik vanuit een hoekje…
Opdracht volbracht in 2 uur en 44 minuten.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Over

Picture of Robert Krom

Robert Krom

Na een roemruchte carrière als pretparkmedewerker en luikjesbediener bij de Kijkshop doet Robert het tegenwoordig rustiger aan en woont hij met zijn gezin in een zeven-onder-een-kapwoning nabij Den Haag. In zijn vrije tijd schrijft hij af & toe verhalen over hetgeen hij meemaakt.

Winkelwagen
Scroll naar boven