‘Overige’ werkervaring

Deze week heb ik mijn CV in het template van ons maatschap gegoten. Het template kent een kopje ‘Overige werkervaring ‘en dit bood, wat mij betreft, een uitstekende gelegenheid om wat ‘overigere’ werkervaring te delen. Een kleine twintig jaar geleden had ik namelijk een bijbaantje in een pretpark aan de rand van Den Haag.
Dit pretpark was organisatorisch gezien, opgedeeld in twee onderdelen; het horecagedeelte waar de bediening van de restaurants & de wij-verkopen-heel-veel-suiker-kraampjes onder vielen, én het parkgedeelte waar het personeel onder viel wat verantwoordelijk was voor het bedienen van de attracties.
Ik werkte in het parkgedeelte en, op mijn eerste werkdag, vrijdag 2 april 1999, beleefde ik direct een veelbelovende start door verantwoordelijk te zijn voor het spookhuis. Ik kon mijn geluk niet op; het was zonnig, ik stond op een populaire attractie én ik had sjans van jonge vrouwachtigen, een regelrechte sensationele ervaring voor mijn 17-jarige ik. Echter, na een reeks van een aantal ongelukkige misverstanden en, op zichzelf staande incidenten, leek het de leiding van het parkgedeelte na een paar maanden beter als ik mijn tijd voortaan doorbracht op het parkeerterrein van het pretpark.
De ene dag inde ik de hele dag het parkeergeld en de andere dag maakte ik parkeerrijtjes op het gigantisch parkeerterrein wat, om onduidelijke redenen, niet voorzien was van belijnde parkeervakken zoals bij andere pretparken wel het geval was.’s Middags liep ik, gewapend met mijn grote vuilcontainer en stoffer & blik met telescoopsteel door het park om de strijd aan te gaan met overvolle prullenbakken, losliggend vuil en braaksel van bezoekers die na een bezoek aan het horecagedeelte iets te vlug in een attractie waren gekropen. De roep van de hormonen die als puber door mijn lichaam gierden, werd alleen beantwoord door militante wespen die erg gesteld waren op hun prullenbakken. Mijn populariteit onder meisjes werd er niet beter op.
De zomermaanden bracht ik dus door op het asfalt van het parkeerterrein of bij de grote gele perscontainer waar ik mijn rolcontainers in leegde.
Tot ik op een zekere zomerse dag aan het einde van de middag via de portofoon opgeroepen werd om mij te melden bij een hek wat doorgaans alleen werd gebruikt om gewonde pretparkbezoekers -uit het zicht van nieuwsgierige oogjes- met een ambulance af te voeren. Ietwat wantrouwig liep ik naar de opper-park-leider die mij breed grijzend stond op te wachten. Naast het horecagedeelte en het parkgedeelte, was er nog een soort van recreatieteam die in een hondenpak en een konijnenpak de jongste bezoekers vermaakten. Geheel toevallig waren die dag beide personen uitgeschakeld waardoor er acuut vacatures voor een hond en een konijn open stonden.
Ik moest in het konijnenpak.
Wat ik toen nog niet wist, maar waar ik daarna nooit meer zou vergeten, is dat de positie van de ogen van het pak, niet corresponderen met de positie van de ogen van de drager van het pak. In sommige pakken is dat opgelost door een kijkgat in de mond of de neus te verstoppen, maar in mijn pak bevonden de kijkgaten zich in de ogen, welke ter hoogte van mijn eigen linker en rechterslaap bevonden. Kortom, om ervoor te zorgen dat ik überhaupt iets zag, achtte ik het noodzakelijk om mijn konijnenhoofd half te draaien en ietwat voorover te buigen om alsnog via het gaasje naar buiten te kunnen kijken. Het gevolg hiervan was dat ik als een soort van half beneveld gigantisch konijn voorzichtig door het park heen schuifelde. Dat was niet de bedoeling, zo werd mij te kennen gegeven. Mijn hondenvriend en ik kregen begeleiders die ons op een zo natuurlijk mogelijke wijze door het park heen lieten lopen. Na een vijftal minuten kreeg ik het lopen & navigeren onder de knie en was ik niet al te geïrriteerd over de situatie.
Dat veranderde ter hoogte van de achtbaan. Een diep, grommend geschreeuw werd steeds luider en leek mijn kant op te komen. Ietwat nerveus probeerde ik mijn konijnenhoofd diverse kanten op te draaien, maar ik zag niets. Met een harde klap knalde er een klein jongetje ter hoogte van mijn genitaliën tegen mijn konijnenpak. Gillend van de pijn belandde ik op mijn kont terwijl het jongetje met het konijn wilde knuffelen. Woedend van dit onrecht probeerde ik mijn konijnenkop er ter plekke van af te schroeven. Dat lukte niet. De situatie werd er niet beter op toen een lollige vader opmerkte dat het een mannetjeskonijn was.
Terwijl ik aan de oren van mijn pak trok, probeerde mijn begeleiders mij te kalmeren. Ja, ze hadden beter op moeten letten. Nee, het was niet de bedoeling dat ik de magie voor de kinderen verpestte. Ja, ze zouden voortaan zeggen wat er aan kwam.
Na een paar minuten ging ik behoedzaam weer op pad. Ik werd voortaan gewaarschuwd voor iets te enthousiaste kinderen en ik mocht zelfs met bezoekers op de foto.
Ondanks de warmte werd het zelfs een tikkeltje aangenaam. Terwijl mijn pretparkcollega’s al druk in de weer waren met het aanvegen van alle paden in het pretpark, kon ik een beetje de pias uithangen. Ik begon zelfs een beetje truukjes te proberen; overdreven zwaaien, springen en zelfs een beetje huppelen.
Vlakbij de toegangspoort van het park stond een vijver met een fonteintje erin. Overmoedig door mijn nieuw verworven vaardigheden, begon ik om de vijver heen te huppelen.
Het eerste rondje ging goed, het tweede rondje struikelde ik over de gigantische konijnenvoeten van het pak en belandde met mijn konijnenkop in de vijver.
Het leek de parkleiding verstandig als ik niet meer in een pak kroop en mij in het vervolg weer toelegde op het parkeerterrein.
Dus, als je de komende vakantieperiode iemand in een pak ziet, of het nou een beer, een hond of een konijn is, heb respect voor de persoon in dat pak. Niet iedereen kan het.

Kun je het verhaal niet uitlezen? Of maar een paar verhalen?
Wil je eigenlijk álles lezen? Word dan lid en ontvang elke maand een update met de nieuwste verhalen én je krijgt ook nog de glossy met de beste 25 verhalen!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Over

Robert Krom

Robert Krom

Na een roemruchte carrière als pretparkmedewerker en luikjesbediener bij de Kijkshop doet Robert het tegenwoordig rustiger aan en woont hij met zijn gezin in een zeven-onder-een-kapwoning nabij Den Haag. In zijn vrije tijd schrijft hij af & toe verhalen over hetgeen hij meemaakt.

Winkelwagen
Scroll naar top