Ze pakte de appeltaart die over was van gisteren en sneed er een enorm stuk af. Eenmaal op het bordje zag ze dat de taart ogen had die haar aankeken.
‘Ga je lekker’, zei de taart.
En een mond had hij dus ook. Verbaasd wachtte ze af.
‘Kijk hoe je eruit ziet, je bent dik.’
‘Nou ja, een klein buikje alleen’, zei de vrouw.
‘Je bent dik, gewoon dik, je moet vooral appeltaart eten jij.’
De vrouw schoof het bordje van zich af, de lol was er zo ook wel af. Was ze echt dik? Ze liep naar de grote spiegel in de gang.
De appeltaart dacht: een hoeraatje voor mezelf, daar is ze mooi ingetuind.
En at zichzelf in één keer op.