kistjes-schoen-2

Jehova

Het is zondagochtend, tien voor half tien. Ik zit nog wat te suffen, nog niet helemaal klaar voor de wereld. De deurbel gaat, iemand anders is dat blijkbaar wel. Als ik open doe zie ik twee jehova’s staan, een vrouw en een meisje van een jaar of zestien. Je ziet gelijk waar ze van zijn, maar waar dat nou in zít?
‘Goedemorgen mevrouw.’
‘Het is nog aardig vroeg’, mompel ik.
‘Het is nooit te vroeg voor het woord van God’, opent de vrouw haar offensief.
Ik ben nog niet goed wakker, mijn afweer staat niet aan dus ik blijf houdingsloos met mijn koffie in de deur staan.
‘Het paradijs wacht u als u hem aanneemt als uw verlosser.’ De vrouw gaat los op me.
Ik kijk ondertussen naar het meisje, ‘t is een leuk meisje, een lang, dun exemplaar met donkere ogen, een beugeltje en een soort kisten aan haar voeten die me vier maten te groot voorkomen maar misschien moet dat.
‘Je haar is leuk’, zeg ik dwars door de kruisiging van Jezus heen. Ze heeft er allerlei verschillende tinten in, een experiment dat bij mij onlangs mislukte.
‘Ja hè’, zegt ze, ‘dat heeft mijn zus gedaan.’
Het valt me mee dat het mag van de god van de jehova’s, ijdeltuiterij leek me doodzonde nummer vier en zo onaantrekkelijk mogelijk voor de dag komen een voorwaarde voor lidmaatschap.
Als ik dat zeg giechelt ze een beetje en zegt: ‘Ik ben eigenlijk een halve jehova, doordeweeks niet en in het weekend wel.’
De vrouw gaat onverdroten voort maar ik zie aan haar ogen dat het gesprek een wending krijgt die niet in haar planning ligt.
Ik ben nu wel wakker want mijn nieuwsgierigheid naar mensen is grenzeloos.
‘Oh bijzonder, hoe werkt dat dan?’
‘Doordeweeks woon ik bij mijn moeder en in het weekend bij mijn vader.’
‘Gescheiden?’ verlekker ik me, want dat lijkt me iets onwenselijks binnen deze club.
De vrouw trekt subtiel aan de jas van het meisje maar ze merkt het niet.
‘Ja, mijn moeder is er al tien jaar uit en woont nu samen met mij, mijn zusje en mijn stiefvader. Maar mijn vader is er nog bij, samen met mijn oudere zus en broer.’
Ik voel de spagaat waarin ze zit want liefde overstijgt bedachte grenzen.
‘Als je bij de jehova’s weggaat verbreken ze alle contact met je.’ Haar probleem ligt nu op straat, een last gecreëerd door mensen zonder relativeringsvermogen.
De vrouw zwijgt nu en staat zich zichtbaar af te vragen hoe te handelen.
‘De wereld is groot, vol mensen bij wie je jezelf mag zijn en mag kiezen hoe je je leven inricht. Je kunt je eigen familie kiezen’, moedig ik haar aan, ‘voor je weet maar nooit.’
‘U mag haar niet beïnvloeden’, valt de vrouw uit haar rol.
‘Oh en jij wel?’ snerp ik terug.
Het meisje giechelt weer en de vrouw trekt haar mee.
Ik kijk ze na en heb goede hoop dat het meisje haar weg wel vindt. Misschien moet er even een extra stimulans komen van een fijn vriendje met wie ze het echte leven kan ontdekken.
Ik doe de deur dicht, toch wel een aardig begin van de dag des Heeren.

tekst: marga de waard
foto: eborro

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top