‘Ik had een date’, zegt ze, ‘met een biker van zo’n motorclub’ en giechelt een beetje. Da’s niet zo gek want ze is altijd een heel braaf meisje geweest, totdat haar John haar na vierentwintig jaar liet zitten om ‘het leven te gaan leven’. ‘Dat kan ik ook, hoor’, riep ze en kocht spannende truitjes en ging daten. Ze doet stoer, maar eigenlijk zit ze bij elke date met samengeknepen billen heel erg niet aan John te denken. Ze gaat met alle dates naar bed, dat is haar manier van wraak nemen op hem. Voordat hij het leven ging leven was hij nogal bezitterig en jaloers, vandaar. ‘Hoe was die date dan?’ vraag ik haar. ‘Op papier was hij stoerder dan in het echt. Hij stond en profile op de foto, zo’n man met een kaaklijn, in de auto, elleboog in het open raam, zonnebril op het voorhoofd, en dat alles in zwart-wit. Maar ja, in zwart-wit zijn we allemaal mooier, in kleur worden we alledaagser. ‘
‘Hij reed motor en was lid van een motorclub. Die had ik even gegoogeld, omdat ik hem alleen kende uit het nieuws in de kolom misdrijven. Ik weet nu alles van bloodbrothers, tattoos, outlaws, respect en eer‘, sprak ze met zo’n glimlachje waar zelfspot in doorklinkt. ‘Ik heb wel even gevraagd of hij een strafblad had, maar hij zei van niet.’ ‘Nou, dan is het vast waar’, zeg ik.
‘Op onze date had hij zijn blonde haar strak naar achteren gegeld, een zware schakelketting om, veel leren armbanden en zijn blouse ín zijn broek. Hij viel me een beetje tegen, zijn handen waren klein en wit, bijna vrouwelijk, en de stoere kop bleek in de praktijk veel ronder. Ik zei er iets over tegen hem, waarop hij zei: ‘’zeg je nou dat ik een bolle kop heb?’’ Ik zei: ‘’tuurlijk niet’’, maar ik dacht: écht wel. Er schemerde ook iets door de blauwe blouse wat me deed vermoeden dat hij niet alleen spa dronk.’
‘Hij vertelde me over zijn club, die had alleen maar goeie jongens, huisvaders best wel… er was goed contact met omwonenden én de politie en ze zaten nooit aan elkaars vrouwen. Gewone mannen, die wat met elkaar ontspannen. Een strak omlijnd niks- aan- de- hand- verhaal.’
‘Ik zei dat die ontspannende mannen toch weleens de voorpagina haalden. Maar hij deed het af met ‘’je moet niet alles moest geloven wat er geschreven wordt’’. Het leek me discutabel, maar ik zat er niet om een politieke discussie met hem te voeren. Voorafgaand aan de date had hij me een foto van zichzelf gestuurd, met zijn beste vriend in zijn hand, dus waarom ik er wél zat was duidelijk.’
‘We gingen naar mijn huis. Lampen aan, kleren uit. Hij bleek onder de blouse inderdaad wat extra materiaal te hebben verzameld. Dat kon ik nog wel aan, de afschrikwekkende tattoos van een doodskop, een grote dolk en starend oog ook… Bij een liefje voor één nacht, zijn de randvoorwaarden ruimer’, zegt ze met een spottend lachje.
‘Maar toen zag ik die camouflageslip, in drie kleuren groen…’ Ze kijkt me verbijsterd aan. ‘Welkom in de jungle…’ Ik lach. ‘En toen haalde hij G.I. Joe uit het struikgewas?’
‘Nou ja, ik was nou eenmaal aan hem begonnen en ach, ’t was niet onaardig hoor. Maar wat zei hij nou zo halverwege ergens…’ Ze kijkt me aan of de wereld toen weer even plat werd. ‘‘’Ik ga je dag maken door mijn persoonlijke levenselixer…’’’ Moeder Maria, het vloeibare goud van een godenzoon…oud goud dan want hij is drieënvijftig…’

Ze schudt haar hoofd… ‘schenk nog eens wijn in’.

tekst & foto: Marga de Waard