Hij gaat dood… mijn vriend Harry.
Hij ligt in een hospice, van honderd naar nul in een week of wat.
Zesenvijftig, da’s geen leeftijd om dood te gaan, dat vond hij zelf ook. ‘Zesenvijftig…dat gaat toch nergens over’, zei hij, ‘God ziet wat in me, of juist niet dat hij dit doet.’
Ik weet zeker dat hij, er gemakshalve van uitgaand dat er een God bestaat die hem als Harry ontvangt, onmiddellijk de discussie aangaat. ‘Wat zijn dit voor praktijken? Als we zo met elkaar omgaan wordt het natuurlijk niks, waar gaat het heen met dit land’… of met deze wolk, want hij moet natuurlijk even wennen aan zijn nieuwe behuizing.

Hij staat met stip op één in de serie eigenheimers die ik heb ontmoet, uitgevoerd in zwart-wit want de rechtlijnigheid heeft hij uitgevonden, aan vijftig tinten grijs is hij nooit begonnen.
Hij was een beetje verbaasd leek het, toen hij opeens in een hospice lag, terwijl gisteren het leven nog lachte. Misschien ís het ook wel verbazing wat je voelt als je plots aan de beurt blijkt, want we rekenen stiekem allemaal op die vijfentachtig.

We praten zachtjes in zijn kamer in het hospice. ‘Prachtige kamer, een soort luxe hotel, ze doen alles voor je. Als ik zeg dat ik ergens trek in heb gaan ze het voor me halen… die zorgverzekering heb ik er wel uit’, zegt hij met een grijns op zijn mager geworden gezicht.
Zoveel hoeven ze niet te halen want zijn menu bestaat uit shakes. Eten gaat niet meer door de tumoren die zijn buikvlies hebben uitgekozen om zich in te nestelen.

Ik kijk naar zijn handen, pas nog zo groot en sterk… hij kon er hard mee slaan wat hij ook wel eens deed, tot irritatie van justitie. Uitdelen en incasseren was zijn motto, als je hem een streek leverde kwam hij verhaal halen of het nou ging om een failliete aannemer die hem liet zitten of een vent die aan zijn vrouw zat. Hij rekende af, op zíjn manier.

Ik praatte graag met hem, hij belde me regelmatig op en zei: ‘Wat ik nou weer had’…dan ging ik er eens lekker voor zitten want het waren altijd hilarische belevenissen die zich mijlenver van mijn bed afspeelden. Soms leek het me wel fijn om zo te zijn, een corrigerende tik in plaats van politiek correct. Maar een leven in zwart-wit heeft uiteindelijk meer nadelen dan voordelen. Nu in dat kamertje ziet hij het. Hij heeft zijn zoon, een soort kloon van hem, gezegd meer grijs te mengen op zijn palet.

‘Ik was zo graag nog even gebleven’, zei hij.
Na een woelige scheiding leek er rust te komen en was er ruimte voor nieuwe kansen. Hij had geen grote avonturen nodig, gewoon even naar de voetbal met zijn zoon, een biertje drinken in het zwembad op zondagmorgen met een stel maten die dat al jaren zo deden. Ze deden het onder het mom van beweging maar die baantjes trokken ze nooit. Of naar een dorpsfeest waar hij iedereen kende of een vis halen bij het strand. Misschien een nieuw liefje om het cliché van samen oud worden mee in te kleuren. Gewone dingen die ik hem zó had gegund, maar het gaat allemaal niet gebeuren.

Ik neem afscheid in het kamertje, we knuffelen en ik voel hoe mager hij is.
‘Tot gauw’, liegen we allebei.

Harry stierf op 28 mei 2019

Tekst: Marga de Waard