‘Vrouwen, da’s niks, ik begin d’r niet meer aan. Ja, een neukertje natuurlijk, das logisch…’
Hij is groot en Antilliaan ondanks de bewolking draagt hij een zonnebril. Hij gaat verder met zijn visie op vrouwen tegen een man naast hem van hetzelfde kaliber.
‘Het zit zo: als een vrouw haar oren laat hangen naar haar moeder, dan ben je uitgespeeld als man. En al helemaal als die moeder aan voodoo doet. Kom ik thuis, staat er een poppetje met een spijker in zijn kop op de schoorsteen. Daar hou ik niet van en ook niet van allerlei rare geuren in de kamer of dingen in de koelkast waarvan ik niet weet wat het is of is geweest. Ik zeg tegen mijn vrouw: zij d’r uit of jij. Ik werk zestig uur per week en betaal alles, dus het lijkt me dat ik ook wat te zeggen heb.
Gaat ze tegen me schreeuwen en gooit tot drie keer toe mijn nieuwe laptop op de grond. Bij de derde keer lag zij zelf op de grond.
De politie komt me halen en de relatie is na vijftien jaar voorbij. Ze zit nu met een ander op míjn bank. Ze wou gewoon van me af maar zocht een reden, ik ben niet gek. Vijftien jaar, ik bedoel maar, vertrouw nooit een vrouw.
Ik ging pas naar een discotheek, allemaal leuke vrouwtjes, allemaal opgedoft in spannende jurkjes en ze komen lekker dicht tegen je aan staan.
Ik hoef het niet uit te tekenen toch? Afijn, je neemt er eentje mee naar huis om de avond verder te vieren en dan blijkt met het licht aan dat je een monster hebt gescoord. Zonder alle aangebrachte extra’s is het gewoon een lelijk ding. Ik amuseer me dan toch wel ff met zo’n griet, in het donker heten alle hondjes fikkie maar ‘t is natuurlijk je reinste nep…
Ik begin d’r niet meer aan. En mocht ik me ooit bedenken dan moet een vrouw instapklaar zijn.
Ik zie echt wel jonge vrouwen waar ik best een beschuitje mee kan eten, maar die plukken je kaal. Die stichten hun eigen economie, met jou als de bank. Daar begin ik niet meer aan.
Ik wil d’r één die selfsupporting is met een baan, een huis, kinderen boven de tien en graag een beetje opgevoed. Nee hoor, vrouwen, daar moet je echt mee oppassen’.

tekst: Marga de Waard
Foto: onbekend