‘Ik heb weer een kookboek gekregen voor mijn verjaardag.’
‘En is het wat?’
‘Er staan vierentachtig recepten in om stoofpeertjes te maken. In totaal honderdtweeënzeventig bladzijden met glossy foto’s van peertjes in alle mogelijke varianten.’
‘Vind je stoofperen lekker dan?’
‘Het gaat, maar ik hou van koken dus ik krijg eeuwigdurend kookboeken als ik jarig ben. Maar het is dat of douchespul dat ik vind stinken…’
‘Ik vind stoofpeertjes eng. Of je een tong in je mond hebt.’
‘Sinds wanneer heb jij bezwaar tegen een tong in je mond?’
‘Als-ie los is wel, zo’n dikkig ding in je mond met een bubbeltjesstructuur, ik krijg er nog rillingen van. Het is een traumarestantje uit mijn kindertijd over eten wat de pot schaft. Toen ik klein was aten we vaak stoofperen op zondag, die ik dus vies vond, met tutti frutti ernaast wat ik zo mogelijk nog viezer vond en als het helemaal tegenzat hadden we bitterkoekjespudding toe, ook smerig met van die bonkjes erin. Altijd gedonder aan tafel want je bord moest leeg, iets anders maken was blijkbaar geen optie. Dertig jaar later heb ik alles nog eens een keer geprobeerd met het idee dat ik er wel overheen gegroeid zou zijn, maar nee, alles nog net zo goor als toen. Dus ik bedank voor alle vierentachtig opties.
‘t Is wel een soort van prestatie, al zullen er wel van die zoutloze recepten tussen zitten die niemand ooit maakt omdat je van de beschrijving alleen al maagzuur krijgt.
‘’Rol de stoofpeer door de pindakaas en drapeer er een doorgesneden, omgekeerde augurk in de lengte overheen en verras jezelf en je gezin met het Sticky Stoofontbijt. Of doe de peer eens op brood! Snij de ongeschilde peer in dunne schijfjes en leg ze in een bedje van gebakken brandnetels op een geroosterd stukje olijfbrood met wat snippertjes dille voor een onverwachte bite.
En voor bij de borrel: de stoofpeerballetjes, vooral erg lekker bij een volle wijn. Pureer de peer met de staafmixer, voeg een scheutje cola en massageolie toe en draai vervolgens twee centimeter grote balletjes van het mengsel en je hebt een snack om nooit te vergeten.”’
‘Je slaat weer door.’
‘’t Is vast een vrouw die het schreef, kan niet missen…Ik vraag me af hoe het werkt met zo’n receptenboek. Word je dan op een koude winterochtend wakker en denk je: ik ga een stoofperenkookboek maken! Of ben je zo gefascineerd door je persoonlijke perenfetish dat je denkt dit moet de wereld weten? Je gaat aan de slag, vierentachtig keer en ook niet dat je bij de zevenendertigste keer denkt: laat ik eens overstappen op boontjes of bloemkool. Nee, gewoon doorgaan tot werkelijk álles uit de peer is gehaald.
Aan het eind van de dag komt je man thuis van het verzekeringskantoor, want zo’n man stel ik me voor bij een stoofpeermaakster, en die vraagt: ‘’En, hoe was je dag?’’
‘’Heerlijk schat, vandaag mijn drieënveertigste gedaan, superdag.’’
‘’Goed zo schat, goed bezig. Wat eten we vandaag? Oh ja…’’
Hij is een goedsul, de mannen waar ik door de bank genomen mee omga zouden na het zevende rondje stoofpeer met de vuist op tafel slaan en zeggen: ‘’Die peren eruit of ik eruit!’’ Maar hij doet dat niet, hij gelooft in haar stoofpeerkracht. En blijkbaar terecht want het is een commercieel succes, misschien moet ik ook eens zoiets doen en er dan net even overheen gaan. Zesentachtig variaties met doperwten.’
‘Je kan ze niet eens gelijkmatig warm maken, je bent geen kok maar een alchemist. Als je creativiteit op alle vlakken evenredig verdeeld was kreeg ik tenminste eens iets fatsoenlijks te eten bij je.’
‘Wat vind je niet lekker aan tuinbonen met mayo en tofu dan? Ik had ook bieten met geitenkaas en een komkommer kunnen maken hoor…’
‘Die heb ik al zes keer van je gehad. Jij hebt maar vijf menu’s die je constant herhaalt, en ze komen uit je zelfbedachte veganistische ‘net niet lekker’-keuken. Zesentachtig keer doperwten is veel te hoog gegrepen voor je. Volgende keer weer bij mij, ga ik die stoofpeerballen voor je maken en je eet gewoon je bord leeg .’

Tekst: Marga de Waard
Foto: Eric Burger