`Zit je nou met het raam open? Het is herfst hoor, ‘t is hier koud.’
‘Het woord kou heeft geen betekenis meer voor me, mijn temperatuur ligt consequent vijf graden boven het landelijk gemiddelde, die van vrouwen ónder de vijftig welteverstaan. Ik heb tegenwoordig een permanente brandhaard in mijn lijf. En die haard verdampt langzaam maar zeker iedere druppel vocht uit je lichaam: uit je huid, je haar, je speeldoos…
Stapsgewijs word je een gemummificeerde versie van jezelf. Als je maar lang genoeg leeft hoeven ze je alleen maar op te vegen. Ouder worden is geen aftakelings- maar een uitdrogingsproces, je ogen ook trouwens, dat je het vast weet. Ik was bij de brillenboer want mijn ogen maakten weer een sprongetje richting blindenstok. Nieuwe leesbril en lenzen: ‘Benieuwd hoe lang u ze nog kan dragen zegt-ie, meestal stopt dat ergens tussen vijftig en zestig, het oogvocht droogt op.’ En dat vrouwen van mijn leeftijd vaak een felgekleurde bril nemen, die kunnen ze makkelijker vinden wist-ie ook te vertellen. Wat word je als je vijftig bent geweest, debiel?’
‘Zal ik een wijntje inschenken, je bent er aan toe zo te horen.’
‘Nee, daar krijg ik hoofdpijn van, dat zit ook in de standaard tegenwoordig. De dagen dat het wereldtoneel veranderde in een feestzaal door een licht benevelde staat van zijn, zijn geschiedenis.
Ons voorland: Doe mij maar een sinasje, met zo’n knalrode bril op en schouderbreed haar, ook droog…
Alles wat leuk is wordt langzaam afgestript.
Mannen blijven niet buiten schot trouwens die krijgen ook die bril en prostaatgezeur waardoor ze niet meer presteren in bed. Je relatie droogt ook uit, lig je lekker samen in het stof te bijten. Je volwassen leven begint en het eindigt met droogneuken.
En het licht kan uit want je schoonheid verdampt mee, oogleden op half zeven, maar nog genoeg zicht om je wallen te zien en je tepels die naar je bovenbenen wijzen, die weer om je enkels zakken en dat je nek zo’n vijver wordt waar je steentjes in gooit.’
‘Gelukkig hebben we fleurige types als jij om ons de schoonheid van het leven te laten zien.’
‘Scoorde je eerst met je uiterlijk de helft van de benodigde punten, nu moet je het hebben van je persoonlijkheid. Ook een kansloos verhaal want slapeloosheid is een slechte raadgever en geeft vuur aan het lontje dat meekwam met de brandhaard. Dat en de dagelijkse confrontatie met je spiegelbeeld, en je ongeleefde dromen nog steeds op je nachtkastje, naast die leesbril, in de wetenschap dat je te laat hebt ingezet, halen niet perse het beste uit jezelf.’
‘Je hebt hier pilletjes voor hè, gewoon ff naar de huisarts, straks pleegt je hele omgeving zelfmoord door jouw levensvisie.’
‘Sommige mensen houden zich overeind met de gedachte dat ze een paar kinderen hebben bijgedragen aan het grote geheel maar daar gebeurt precies hetzelfde mee. Het is een soort eeuwigdurend hamsterrad met wisselende spelers. Eindstand: je overgebleven vel tussen zes planken.’
‘Het zicht op hoe leuk je leven was, of is ben je even kwijt zo te horen…’
‘Ook verdampt, mijn geheugen was altijd al redelijk mistig maar het komt nu regelmatig voor dat iemand me vertelt wat we hebben gedaan en dat ik geen flauw idee heb waar het over gaat, ook niet een dag later ofzo. Je hersenen liggen ook in vocht hè.
Uiteindelijk worden we verlost door de dood, de vergetelheid wist de restanten uit, alsof we nooit hebben bestaan.’
‘Allemachtig, nou is het genoeg, je bent gewoon een pathetische dramaqueen wiens hormonen op hol zijn. Ik maak nu een flesje wijn open, je neemt maar een aspirientje morgen, kun je daarna de huisarts bellen voor een pilletje voor of tegen iets. En als je er daar een paar van op hebt, bouwen we verder aan ons feestje, we smeren wel wat vaker…
Niks aan de hand.’

Tekst en foto: Marga de Waard