Hij zit om vijf uur ‘s middags in het buurtcafé. Zijn dikke buik leunt tegen de bar en zijn korte benen halen maar net de onderste rand van de barkruk. Eerst kijkt hij strak voor zich uit maar begint dan op smalende toon tegen de barman: ‘Mijn vrouw heeft de diepgang van de lokale gemeentevijver! Als je d’r schedel licht zie je vijftien hersencellen, meer niet, en de helft is ook nog aangevreten.
Ik ben vijf maanden geleden getrouwd, uit praktische overwegingen; je behoeftes worden op regelmatige basis bevredigd en je huishouden wordt geregeld. Dat dacht ik althans….
Ik sta ’s morgens om vijf uur op, dan moet mijn ontbijt klaarstaan en de lunch ingepakt
ernaast. Ik kom niet in de keuken, da’s haar domein. Ik ben haar nu een maand of wat aan het trainen, maar meewerken, ho maar. Een bouvier is sneller van begrip.
Ze hoeft van mij niet te werken, dat is de taak van de man, ik moet die fratsen niet met vrouwen die zo nodig d’r eigen geld moeten verdienen, daar komt alleen maar herrie van.
Zij moet zorgen voor een schoon huis, schone kleren en goed eten. Aangenomen dat je daar de hele dag de tijd voor hebt, moet dat toch tot de mogelijkheden behoren.
Maar geloof het nou maar niet, als ik thuiskom, mankeert er altijd wat aan: een volle wasmand, het aanrecht vol met troep. Als ik er wat van zeg, kijkt ze me aan met die vissenogen, ‘maar het is toch netjes?’ Die trul wéét niet eens wat schoonmaken is!
Laatst maakte ze het helemaal bont: als ik ’s middags thuiskom wil ik een koud biertje voor me zien, zegt ze; ‘ooh die zijn op.’ Nou, toen heb ik haar een paar hengsten voor d’r kop gegeven, ik was er effe klaar mee.
Ze vraagt toch om klappen als ze niet eens met d’r reet van die bank komt om een paar biertjes te halen. Zij janken, ‘sorry, ik zal beter opletten.’ Laten we hopen dat het waar is.
Mijn pa zei altijd ‘vrouwen moet je kort houden en begrenzen anders nemen ze een loopje met je.’ En gelijk had tie, dat blijkt wel weer.
Niks dan gezeik heb je met die wijven, ik had er nooit aan moeten beginnen.
Geef me nog een pilsje van je Joop, hier weet ik tenminste zeker dat ze koud staan.’

Tekst & Foto: Marga de Waard