Kerst

Het is kerstmis, twee heerlijke dagen lang. Een fantastisch vooruitzicht, maar het is nog wel héél vroeg in de ochtend. Zachtjes doen om niemand wakker te maken. Hij loopt naar het raam en schuift het gordijn opzij, stel je eens voor dat… Nee, sneeuw is er niet, maar da’s niet erg.
Straks is er het grote ontbijt, mama heeft de tafel versierd en het ruikt dan zo lekker naar vers gebakken broodjes. Kerststol is er uiteraard, met echte amandelspijs en daar doet hij dan dik roomboter op, zo ligt hij zich al lekker te maken. Dat is nog maar het begin van de dag. Zijn moeder zal wel weer zeggen: ‘Niet de hele pot roomboter er in één keer opsmeren, Kees’, maar ze aait hem dan tegelijk door zijn haar. Ze weet hoe hij geniet.
De kerstboom staat al drie dagen in de kamer, helemaal in het rood versierd. Hij heeft meegeholpen met optuigen en hij mocht de piek in de top zetten. Als hij straks beneden komt liggen de pakjes al onder de boom, voor hem, zijn twee zusjes en zijn vader en moeder. ’s Middags gaan ze die uitpakken en drinken ze er chocomelk bij. Spannend zat weer wat hij zal krijgen!
’s Avonds komen ook de ooms en tantes en wordt er met zijn allen heel lang gegeten. Daarna komt de sjoelbak op tafel. Zijn oom Jos probeert stiekem zijn stapel stenen hoger te maken, maar hij wordt altijd betrapt… Hij heeft er nu al plezier van… Maar ja, ‘t is nog steeds heel vroeg.
Voor de kerst heeft hij nieuwe kleren gekregen, net als elk jaar. Iedereen in het nieuw, de kleding ruikt dan nog naar de winkel. Hij loopt naar de kast om ze alvast klaar te leggen op bed. Dan kan hij ze na het douchen zo aan doen. Hij doet de deur open, maar ziet niet waar ze zijn. Zou mama ze al hebben gepakt? Hij rommelt nog wat door de kast maar nee, hij vindt ze niet.
Opeens hoort hij een stem achter zich: ‘Mijnheer van Leeuwen wat doet u op de gang? Ga eens naar uw kamer terug en blijf daar nog maar even op bed liggen, het is nog veel te vroeg. Straks kunt u naar de ontbijtzaal’.
Hij kijkt verbaasd naar de vrouw die voor hem staat. ‘Maar ik zoek mijn nieuwe kleren’, zegt hij. ‘Die zijn ook in uw kamer, kom maar, ik loop even met u mee.’
Stilletjes loopt hij terug. Waar heeft mama zijn kleren nou gelaten? En de pakjes zag hij in de gauwigheid ook niet onder de kerstboom…Hij begrijpt het niet en voelt een diepe verlatenheid over zich heen komen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top