Donker

Het is donker in de kamer, ‘ik zou een lamp aan moeten doen.’ Het enige licht komt van de afzuigkap uit de half open keuken.
‘Ik zou ook de kurk op de fles moeten doen’, denkt hij. ‘Morgen is het weer vroeg dag en ik zit hier met een derde glas wijn in mijn hand.’ Hij schenkt zichzelf nog eens in, morgen zien we wel weer.
Hij kijkt naar de verkreukelde foto op zijn knie. De foto is meer dan twintig jaar oud. Hij strijkt hem glad zoals hij vroeger haar haren glad streek. Er rolt een traan over zijn wang.
Mijn meisje….
Hij weet nog goed toen ze geboren werd. Hij mocht niet bij de bevalling zijn, zo ging dat in zijn dorp. Zijn vrouw werd in een rolstoel naar de vrouwenvleugel van het ziekenhuis gereden en verdween met haar dikke buik door de klapdeuren.
Een wachtkamer voor aanstaande vaders was er niet, ze moesten buiten maar wachten, op een binnenplaats. De grond lag er vol met peuken, allemaal van mannen zoals hij, nerveus wachtend op wat er ging komen. Pas de volgende dag kwam het verlossende antwoord: een dochter, zijn vrouw had het leven geschonken aan een meisje. Hij had zich zo trots en gelukkig gevoeld, één van de mooiste dagen ooit.
Hij vergeet nooit het moment dat zijn vrouw voor het ziekenhuisraam kwam staan en de baby omhoog hield, hij kon het eigenlijk niet eens zo goed zien, maar de tranen waren over zijn wangen gelopen. Je mocht pas na drie dagen op bezoek. Hij had de eerste dag, met hulp van een lieve zuster, cadeautjes naar binnen weten te smokkelen. Een stuk spek voor op brood, bananen en een klein konijntje dat hij een keer op de markt had gekocht.
De jaren zijn voorbij gevlogen, hij heeft genoten van iedere levensfase van zijn dochter, haar leren lezen, fietsen, geholpen met huiswerk, haar gehaald en gebracht naar kinderfeestjes, later bezorgd gekeken waar ze uitging. Maar ze heeft hem nooit teleurgesteld, nooit gekke dingen gedaan. Ze is zonder grote problemen groot geworden.
En nu is dan de dag aangebroken waar hij altijd een beetje bang voor is geweest, maar die ook onvermijdelijk is; de dag dat ze haar ouderlijk huis verlaat. Drieëntwintig jaar is ze, en ze heeft samen met een vriendin een appartement gehuurd. Het huis had bol gestaan van dozen met nieuwe en oude spullen. Hij heeft zich dapper getoond, hij heeft geklust, geholpen met in- en uitpakken, en haar nadrukkelijk heel blij uitgezwaaid toen ze vanavond voor de laatste keer wegreed in haar autootje.
Maar daarna is hij met slappe benen in zijn stoel gaan zitten en heeft een fles wijn gepakt.
‘Mijn meisje, weg is ze’, de tranen lopen over zijn wangen. ‘Ik moet trots zijn dat ze het zo goed doet’ zegt hij tegen zichzelf.
Hij voelt opeens een hand op zijn schouder, zijn vrouw, hij had haar niet binnen horen komen. Ze streelt zijn wang, ze kent hem al zo lang, ‘geef mij ook maar een glas.’ Stilletjes zitten ze samen in het donker en drinken de fles leeg.

Tekst & foto: Marga de Waard

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top