Gespierde taal

Ik ben bij mijn vriendin, ontspannen op de bank met een glaasje nemen we respectievelijk week 2860 van haar leven en week 2912 van het mijne door.
‘De dichtende spierbal is dus exit.’
‘Ja, voltooid verleden tijd.’
‘Het leek wel wat toch?’
‘Eerst wel, allebei schrijvers, dichters, creatief sparrend, aan elkaar gewaagd, zielsverwanten en we hadden een hoop te vertellen, leuk zat, zonder meer.
‘Klinkt goed eigenlijk wel.’
‘Ja, maar ik kreeg al snel zicht op de donkere kant van zijn karakter: grillig, onvoorspelbaar, achterdochtig en snel aangebrand. Maar goed, je neemt een aanloop en denkt: misschien valt het mee, want soms zijn we weer even schoolmeisjes met vlechtjes.’
‘Maar het viel dus niet mee…’
‘Ik wil best wel langs een paar complicerende karaktertrekjes kijken maar het moet wel redelijk blijven en daar zat nou net de kneep. Die man las wat je schreef maar niet wat er stond, dus gaan jouw woorden een eigen leven leiden in zijn hoofd.
’’Ja maar’’, hielp niet want hij geloofde alleen zichzelf. Je belandt in een verbale veldslag die er één met de bierkaai blijkt te zijn.
‘Vermoeiend zat.’
‘Nou zeg dat, het slotakkoord van de potentiële idylle was er een puntgaaf voorbeeld van.
We appten bijna dagelijks, zonder verplichting want hij hield van ruimte en niet van moeten. Een dagje overslaan leek me dan ook geen issue. Ging nergens over, gewoon zo’n te volle dag die te vroeg begint en te laat eindigt. Híj bleef ook stil, ook bezig nam ik aan.
De volgende ochtend stuurde hij me een gedicht over zijn overleden moeder. Ik snapte echt wel dat het over haar ging maar er stond ook veel dichterslatijn in. In het kader van creatief sparren dacht ik: laat ik eens vragen wat er staat…Want ‘’oh mooi’’ is zo makkelijk en of hij stil was omdat hij treurde om zijn moeder.
Het huis was te klein…
Hoe ik het in mijn hoofd haalde om conclusies te trekken over zijn staat van zijn, gebaseerd op een gedicht dat ik blijkbaar niet fatsoenlijk kon lezen. En ík was degene die al vierentwintig uur zweeg en hij wist wel waarom. Ken je dat, dat je je telefoon op armlengte afstand houdt en denkt: wat gebeurt hier dan? Ik deed weer een ‘’ja maar’’, maar die viel nog slechter. Ik moest me niet van de domme houden, hij wist echt wel hoe de vork in de steel zat. Hij wist genoeg, meer dan genoeg, wilde me nooit meer zien en verliet stampend de app.’
‘Dus je appt een dagje niet, vraagt naar de achterliggende gedachte achter zijn gedicht en of het wel goed gaat in verband met die moeder en dan maakt hij je af?’
‘Ja.’
‘Charmant. Volwassen ook, over de app.’
‘Gaat nogal.’
‘Zit er een draadje bij hem los?’
‘Eerder twee draadjes tegen elkaar, die maken te pas en te onpas kortsluiting. Volkomen zoutloos gedrag maar wel effectief: je bent in één klap genezen van het idee dat je een leuke man hebt ontmoet.’
‘Ieder nadeel heeft zijn voordeel…’
‘Je zal aan zo’n man blijven hangen, dan krab je het behang van de muren voor het droog is.’

We heffen het glas…
De epiloog is geschreven, het boek kan dicht.

4 reacties op “Gespierde taal”

  1. gespierde taal komt goed binnen, kort en krachtig zie ik hier over schone schijn. ik zie gelijk iemand voor me. sommige mensen hebben een flinterdun laagje beschaving en dat weet je supertreffend te schetsen met een paar grove lijnen, knap!

  2. Vond het een meeslepend en interessant verhaal maar ik kwam tot de conclusie dat ik het niet echt luchtig vond althans dit verhaal, maar wel heel bijzonder en ik zag een citaat van de nummer 14 zijn uitspraken waren toch wel uniek
    Compliment van mijn kant.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top