Poes

Poes braakt, elf keer om exact te zijn. Da’s niet goed dus op naar de dierenarts. De praktijk is op loopafstand, gevestigd in een vakkundig gerestaureerd pand uit de jaren dertig. De twee piepjonge assistentes zeggen monter goedemiddag en ik neem plaats in de wachtruimte. Tegenover de bank waar ik op zit hangt een gigantisch schilderij van een witte pers die met knalgroene ogen vuil de ruimte in kijkt. Ik vind het niet bemoedigend dat de dierenarts zoiets mooi vindt. Even later mag ik doorlopen naar de steriele behandelkamer.
‘Virusje’ zegt de dierenarts, Poes krijgt een prik en binnen tien minuten sta ik buiten, vijfenzestig euro lichter, da’s aardig wat, maar als het helpt……
Maar dat doet het niet, Poes braakt gewoon door, dus ga ik terug.
‘Gevalletje pech’, nog een prik én druppels, nu moet het goed komen. Vijfenzeventig euro…
Ik zucht een beetje, maar als het helpt……Maar nee, weer niet.
‘Fotootje en bloedprikken dan maar’.
Poes blijkt verstopt, een ketting van aaneengeregen drollen zweeft door haar buik. Ze moet blijven, poep eruit, antibiotica erin, dat is dan honderdtweeënnegentig euro mevrouw. Poes kijkt me treurig aan met haar grote bruine ogen, de zwart-witte vacht hangt slap om haar heen.
Ik zucht weer, driehonderdtweeëndertig euro in acht dagen. Maar ja, het is vast klaar nu…
Maar waarachtig, nee! Poes hangt nu volledig slap en eet niet meer.
‘Niet eten is niet goed’ zegt de dierenarts. ‘
Duhhh’ denk ik bij mezelf.
Ze zal toch niet doodgaan? En wat dan, dan moet ze ook nog gecremeerd. Zomaar bij de dierenarts achter te laten is tegenwoordig not done, cremeren een must. Moet de as dan op de schoorsteen? Niet vooruitlopen maar.
Het blijkt alvleesklierontsteking. De dierenarts weet dit dankzij een tweede bloedmonster à achtenzestig euro. Mooi, vierhonderd rond. Poes krijgt antibiotica, driemaal daags morfine, tweemaal daags antimisselijkheidsspul en een eetlustopwekker. Poes baalt, ik ook, honderd euro voor drie dagen, al word ik langzaam immuun voor die bedragen. En het zal nu toch wel…?. ‘
De behandeling hoeft niet noodzakelijkerwijs aan te slaan en kan om herhaling vragen’.
Ik geef geen krimp, vijfhonderd euro met kans op overlijden………
‘Misbruikmakende, asociale, genadeloze dierensentimentenmaffia’, denk ik lelijk. Ik zou een weekje weg, maar wie zorgt er vijf keer per dag voor Poes? Niemand, toch? De dierenarts zegt dat ik haar gerust kan brengen. ‘Da’s aardig’, denk ik, maar dan minder naïef: ‘Kost dat?’ Vijfhonderd voor een week. Ik ben geschokt. Wat doen ze voor dat geld, poezennagels lakken?
Ik annuleer het weekje en blijf fijn thuis bij Poes.
Of Poes het waardeert weet ik niet, ze ligt als een zwart-witte dweil over de bank en sleept zich héél af en toe naar haar etensbakje om zich na één muizenhapje weer mistroostig terug te slepen. Van een kat met een maatje meer is ze getransformeerd tot een verfomfaaide lichtgewichtpoes. Ik probeer haar ondertussen beter te kijken, of dood als het dan per se moet. Honderd euro per vijf dagen is eindig, ondanks mijn gehechtheid aan haar.
Elke ochtend ga ik tussen hoop en vrees de trap af. En opeens is het zover, Poes zit spinnend voor haar voerbak en kijkt me blijmoedig aan.
‘Stomme kat’, zeg ik tegen haar.

Tekst en foto: Marga de Waard

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top